zilverplevier – Grey plover

klik op de foto voor de originele weergave

Kenmerken:

De Zilverplevier wordt ca. 27 tot 30cm groot en heeft een spanwijdte van ca. 71 tot 83cm. In het voorjaar en de zomer worden de volwassenen zwart en wit gevlekt op de rug en vleugels. Het gezicht en de nek zijn zwart met een witte rand. Ze hebben een zwarte borst en buik en een witte staart. De staart is wit met zwarte schakering. De snavel en poten zijn zwart. Ze ruien van half augustus tot begin september tot het winterkleed en behouden dit tot april. Het winterkleed is een vrij eenvoudig kleed met grijs aan de bovenzijde met een grijs gespikkelde borst en witte buik.

Biotoop:

Het zijn vogels van de toendra. In de winter foerageren ze langs de kust.

Voorkomen:

Hun broedbiotoop beslaat de Arctische eilanden en kustgebieden langs de noordelijke kusten van Alaska, Canada en Rusland. Ze beginnen pas met broeden als ze twee jaar oud zijn.

Voedsel:

Ze zoeken naar voedsel op stranden en wadplaten, meestal op zicht. Het voedsel bestaat uit kleine weekdieren, polychaetewormen, schaaldieren en insecten. Ze foerageren vaak alleen in tegenstelling tot andere pleviersoorten maar kunnen ’s avonds wel samen in groepen overnachten.

Wetenschappelijk

Stam: Chordata
Klasse: Aves
Orde: Charadriiformes
Familie: Charadriidae
Geslacht: Pluvialis
Soort: Pluvialis squatarola

Ondersoorten

P.s. squatarola: noordelijk Eurazië en Alaska
P.s. tomkovichi: Wrangel (noordoostelijk Siberië)
P.s. cynosurae: noordelijk Canada

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Reageren
  • verplicht
  • verplicht (niet zichtbaar)