Amerikaanse oehoe – Great horned owl

klik op de foto voor de originele weergave

Kenmerken:

De Amerikaanse Oehoe is meestal gekleurd voor camouflage. De onderzijde van deze soort is meestal licht met wat bruine horizontale blokken en strepen. De bovenzijde en bovenzijde van de vleugels zijn over het algemeen gemêleerd bruin, meestal met zware, complexe donkere bestreping. Ze hebben een witte vlek op de keel welke bij elke vogel een andere afmeting heeft. De poten, hoewel bijna geheel verdoezeld door veren, zijn zwart. Alle ondersoorten gevederde poten, zelfs de tropische ondersoorten. De snavel is donker metaalgrijs net zoals de klauwen. Alle Amerikaanse Oehoe soorten hebben een gezichtsschijf. Deze kan roodachtig, bruin of grijs van kleur zijn, en wordt gedecoreerd door een donkere rand die eindigt in duidelijk getekende zwartachtige wangen. De ‘hoorns’ van deze soort zijn plukjes veren. Ze hebben gele ogen, en een prachtig getekend gezicht.

Biotoop:

De Oehoe past is te vinden in elk biotoop en past zich makkelijk aan. De Oehoe kan zijn intrek nemen in bomen die grenzen aan allerlei loof-, naald- en gemengde bossen, tropische regenwouden, pampa’s, prairie, bergachtige gebieden, woestijnen, subarctische toendra, rotsachtige kusten, mangrovebossen en enkele stedelijke gebieden.

Voorkomen:

Het broedbiotoop van de Amerikaanse Oehoe strekt zich hoog uit in de subarctische gebieden van Noord-Amerika, waar ze worden gevonden tot aan de noordwestelijke en zuidelijke Mackenzie-gebergte, Keewatin, Ontario, Noord-Manitoba, Fort Chimo in Ungava, Okak, Newfoundland en Labrador, Anticosti Island en Prince Edward Island. Ze zijn verspreid over het grootste deel van het Noorden en zeer locaal in Midden-Amerika en vervolgens naar Zuid-Amerika Zuid tot hooglandregio’s van Argentinië, Bolivia en Peru.

Voedsel:

De Amerikaanse jachtactiviteit piekt tussen 20:30 uur en 00:00 uur ’s nachts en dan weer daarna van 04:30 uur tot zonsopgang. De jachtactiviteit is in de winter meestal het langduriger omdat de prooi schaarser is. Ze jagen op kleine zoogdieren en vogels Ze jagen voornamelijk door observatie vanaf een zitplaats op zoek naar prooi. Tijdens de jacht, vliegen ze vaak ongeveer 50 tot 100 mtr van zitpost tot zitpost. Vanuit zulke uitkijkpunten duiken uilen naar de grond, vaak met gevouwen vleugels om hun prooi te vangen.

Wetenschappelijk

Stam: Chordata
Klasse: Aves
Orde: Strigiformes
Familie: Strigidae
Geslacht: Bubo
Soort: Bubo virginianus

Ondersoorten

B.v. algistus: westelijk Alaska.
B.v. lagophonus: van centraal Alaska tot noordoostelijk Oregon, Idaho en noordwestelijk Montana.
B.v. saturatus: van de zuidoostkust van Alaska tot de noordkust van Californië.
B.v. pacificus: van de kust van centraal Californië tot noordwestelijk Baja California.
B.v. subarcticus: van het westelijke deel van Centraal-Canada tot noordelijk Idaho.
B.v. pallescens: van de zuidwestelijke Verenigde Staten tot zuidelijk Mexico.
B.v. pinorum: van zuidelijk Idaho tot noordelijk Arizona en noordelijk New Mexico.
B.v. heterocnemis: van noordoostelijk Canada tot het gebied van de Grote Meren.
B.v. virginianus: van zuidoostelijk Canada tot de centrale en oostelijke Verenigde Staten.
B.v. elachistus: zuidelijk Baja California.
B.v. mayensis: Yucatán.
B.v. mesembrinus: van zuidelijk Mexico tot westelijk Panama.
B.v. nigrescens: van Colombia tot noordwestelijk Peru.
B.v. nacurutu: van oostelijk Colombia via de Guyana’s tot noordoostelijk Brazilië, Argentinië, Bolivia en centraal Peru.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Reageren
  • verplicht
  • verplicht (niet zichtbaar)