Woudaap – Little Bittern

klik op de foto voor de originele weergave

Kenmerken:

De Woudaap wordt ongeveer 30 tot 35 cm groot. Persoonlijk vind ik dit een erg mooie kleine reigersoort. Hij heeft een glanzend zwarte kruin en rug en opvallende geelwitte vleugelvlekken, contrasterend met zwart van vleugel bovendelen. De onderzijde is licht van kleur. De kruin en rug van het mannetje is groenig zwart. Snavel geelachtig, poten groen. Het vrouwtje is valer van kleur en heeft meer bruinige onderdelen.

Biotoop:

Het broedbiotoop van het Woudaapje bestaat uit zoetwatermeren en plassen voorzien van riet aan de oevers, stille bochten van langzaam stromende rivieren, moerassen met open water en overgangen tussen dichte riet- of lisdoddenvegetatie, visvijvers, laagveenmoerassen en voedselrijke vennen. Tegenwoordig broedt de soort nog maar op een zeer beperkt aantal plaatsen in Nederland, in het laagveengebied en in het zuiden van het land.

Voorkomen:

Hij migreert naar Afrika, waar meestal in het Zuidelijk gedeelte wordt overwintert. Vanuit West Europa wordt over een breed front de Sahara gepasseerd, waar de trek-piek in Noord Afrika in Augustus- Oktober en April-juni ligt.

Voedsel:

Het voedsel bestaat uit vis, amfibieën en insecten, die worden gevangen in ondiep water. Dit doet hij vaak vanaf een zitpost boven het water.

Wetenschappelijk

Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Pelecaniformes (Roeipotigen)
Familie: Ardeidae (Reigers en roerdompen)
Geslacht: Ixobrychus
Soort: Ixobrychus minutus

Ondersoorten

I.m. minutus: van centraal en zuidelijk Europa tot centraal Azië en noordwestelijk India.
I.m. payesii: Afrika bezuiden de Sahara.
I.m. podiceps: Madagaskar.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Reageren
  • verplicht
  • verplicht (niet zichtbaar)